Ziekten en plagen koolsoorten

Het probleem met de teelt van koolsoorten zijn vaak de ziekten en plagen (en soms met de plantafstand, omdat de planten wat groter worden dan we verwachten). Kennis van de ziekten en plagen van kool is belangrijk om succesvol te kunnen blijven telen.

Aardvlooien maken kleine ronde gaatjes in jonge planten. Zien we deze gaatjes zonder dat er rupsen op het blad zitten, dan gaat het waarschijnlijk om de aardvlo. De planten groeien vrij gemakkelijk over deze beschadigingen heen. Vogelmuur is een voedselplant voor de aardvlo, we kunnen deze plantjes het beste laten staan om de diertjes een alternatief te bieden.

Het groot koolwitje zet hele plakkaten eieren tegelijk af op een enkel blad en kan daardoor grote schade aanrichten.
Het klein koolwitje zet haar eieren één voor één af en is daardoor minder schadelijk.
De rupsen van het groot koolwitje zijn gelig en hebben een zwarte kop en zwarte punten, die van het klein koolwitje zijn groen met een gele zijstreep.

De rupsen kunnen zich ook in een kool boren, waarna die in zijn geheel kan gaan rotten. We kunnen deze schade eenvoudig voorkomen met insectengaas. Vanaf eind april moet het over de planten heen worden gespannen. Verder kunnen we zorgen voor nestplaatsen van sluipwespen, één van de grootste natuurlijke vijanden van rupsen. Biologische spuitmiddelen op basis van Bacillus thuringiensis zijn vooral effectief tegen jonge rupsen.

De kooluil is een nachtvlinder die plakkaten van 10 – 50 eieren aan de onderkant van het blad afzet. De eitjes zijn eerst vuilwit, maar verkleuren later naar mat-zwart.

De jonge rupsen zijn grijsgroen met zwarte puntjes en een lichte kop, de oudere rupsen hebben een donkere streep op de rug. De rupsen vreten zich een weg naar binnen en veroorzaken rotting van de kool. De beste remedie is weer het insectennet!

De koolgalmug vliegt vanaf mei en legt haar eitjes in de groeipunten van de kool. De larven veroorzaken dan afsterven van het groeipunt en/of vergroeiïngen, waarna de boel ook nog eens kan gaan rotten. Tegen dit beestje kunnen we het beste insectengaas gebruiken (maaswijdte < 2 mm).

Na het sluiten van de kool (het groeipunt raakt bedekt omdat de kool een krop begint te vormen) is dit gevaar geweken.
Men spreekt van draaihartigheid bij aantasting door de koolgalmug, vanwege de vreemde vergroeiïngen die het afsterven van het groeipunt teweeg brengt.

De koolvlieg legt haar eitjes in de grond rond de basis van de plant, de geelwitte larven kruipen naar de plant en maken bruine gangen in wortels en stengels. Jonge planten overleven de aantasting niet; de eerste generatie van de vlieg (eind april/begin mei) is daarom de meest schadelijke. Remedie: ‘koolkragen’ toepassen of as rond de stengel strooien. Dit verhindert dat de vlieg eieren bij de basis van de plant kan leggen.

Knolvoet is een schimmel die in de grond leeft en die de planten kan doen verwelken en/of in groei doen achterblijven. De wortels vertonen misvormingen, die kunnen gaan rotten – vandaar de naam knolvoet.

De schimmels kunnen tot 20 jaar lang in de grond overleven. Voorkomen is hier beter dan genezen: zorg voor goede en gezonde groeiomstandigheden, pas een goede gewashygiëne toe. Laat geen gewasresten in de moestuin achter, verwijder zieke planten, pas altijd vruchtwisseling toe van minstens 3 jaar. Noord-Holland is het enige gebied in Nederland waar de ziekte niet optreedt.

Als de ziekte eenmaal in de grond zit, kunnen planten, eventueel in potten waarvan de bodem is verwijderd, met schone grond uitgeplant worden.
De schimmel dringt niet dieper dan 5 cm in de grond door, we vermijden hiermee dus dat de wortels in contact komen met de schimmel.

Niet alle koolsoorten zijn even gevoelig voor knolvoet. Boerenkool is vrij ongevoelig, sluitkolen en spruitkool zijn minder gevoelig. Bloemkool, broccoli, paksoi en Chinese kool zijn erg gevoelig.

Gewasverzorging

Zorg voor een onkruidvrije omgeving en geef extra water in droge perioden.
Gebruik indien mogelijk insectengaas, dit lost veel teeltproblemen op en levert mooie schone kolen op.

Veel succes en tuinplezier.