Witte vlieg plaagherkenning

De witte vlieg is een typische kasplaag, die vele gewassen bedreigt. Volwassen witte vliegen zijn met een witte waslaag bedekte insecten van ongeveer 2 mm groot. De vleugels staan horizontaal geplaatst en overlappen lichtjes.

De vrouwelijke witte vlieg legt haar 0,2 mm grote, langwerpige eitjes aan de onderzijde van het blad in de kop van het gewas. Na twee tot drie dagen verkleuren deze zwart. De larven die hieruit komen, zijn de eerste uren mobiel. Ze zoeken naar een geschikte plaats om zich vast te hechten aan het blad.  Daarna en gedurende de volgende larvestadia en het popstadium verplaatsen ze zich niet meer.

De vier larvestadia lijken uiterlijk sterk op elkaar, maar verschillen duidelijk in grootte. De pop is wit en licht doorzichtig. De vorm is rond met rechtstaande wanden. De rugzijde is rijkelijk bezet met een krans van washaren. Tenslotte komt via een T-vormige opening een nieuwe volwassen witte vlieg uit de pop tevoorschijn.

Zowel de larven als de volwassenen zuigen plantensap om zich te voeden. De overtollige suiker van het plantensap wordt afgescheiden als honingdauw. De honingdauw bevuilt niet de bladeren. Vaak werkt deze honingdauw de groei van roetdauwschimmels in de hand, waardoor de fotosynthese en de ademhaling van de plant gehinderd worden.  Door het zuigen van plantensap kunnen de fysiologische processen van de plant verstoord worden. Ook kunnen er virussen overgedragen worden.

Een goed hulpmiddel bij de plaagherkenning is het ophangen van gele vangstroken.

 

Bestrijding van witte vlieg

De witte vlieg kan doeltreffend bestreden worden met de sluipwesp.

De vrouwtjes zijn ongeveer 0,6 mm groot. Het vrouwtje legt haar eieren liefst in larven van de kaswittevlieg van het derde en vroege vierde stadium. Tien dagen na parasitering (bij 23 °C) verpopt de larve. De pop kleurt zwart.

Ongeveer elf dagen later verlaat een nieuwe volwassen sluipwesp de pop via een ronde opening met gekartelde rand. De totale ontwikkelingsduur bedraagt 21 dagen bij 23 °C, maar varieert met de temperatuur van 15 dagen (bij 26 °C) tot 32 dagen (bij 18 °C). Een sluipwespvrouwtje legt dagelijks 10 tot 15 eitjes en leeft onder optimale omstandigheden twee tot drie weken. De levensduur neemt sterk af bij hogere temperaturen.

Volwassen sluipwespen voeden zich met honingdauw en met het lichaamsvocht van aangeprikte witte vlieglarven in het eerste en tweede larvenstadium.

Gedurende haar totale levensduur parasiteert een sluipwespvrouwtje gemiddeld 250 witte vlieglarven (maximaal 450).

Succes!