Trips plaagherkenning

Volwassen tripsen zijn kleine, langwerpige insecten met typische franjevleugels. Ze zijn ongeveer 1 mm groot en grijsachtig of geel tot bruin van kleur.  De trips komt zowel op de bovenkant als de onderkant van blad voor.

Het tripsvrouwtje legt haar eitjes in het plantenweefsel. Hiervoor maken ze een opening in het plantenweefsel waarin het niervormig eitje gelegd wordt. Zodra de larven uitkomen, beginnen ze onmiddellijk met eten. Ze zuigen de bladcellen leeg, waardoor het blad zilverkleurige vlekken vertoont.

De totale cyclus van ei tot adult bedraagt 20 dagen bij 20°C tot 12 dagen bij 30°C. Bij optimale temperaturen kan één tripsvrouwtje ruim 100 nakomelingen voortbrengen.

Tripschade is te herkennen aan vlekken op de bladeren (vaak zilverkleurig). Tripsen zuigen plantensappen. Dit doen ze door over het blad te schrapen. Hierdoor ontstaan de vlekken op de bladeren. De tripsen laten op het blad uitwerpselen achter die als donkere vlekjes zichtbaar zijn. Daarnaast treedt er vaak groeivermindering en vervorming van de bladeren op. Sommige tripsen kunnen ook virussen overdragen.

Een goed hulpmiddel bij de plaagherkenning is het ophangen van blauwe vangstroken.

Bestrijding van trips

De roofwants Orius lijkt de meest vraatzuchtige onder de biologische bestrijders van trips. Het is de enige natuurlijke vijand die ook de volwassen tripsen aanpakt. Vaak genoeg ziet men een Orius met een trips op zijn snuit gespiest over het blad lopen.

De roofwantsen worden verpakt in een plastic flesje. Ieder flesje bevat 500 adulten en nimfen, gemengd in een makkelijk uitstrooibare draagstof, voor een bestrijding van ongeveer 25 m².

Men zet de roofwantsen uit door voldoende grote hoopjes op een blad te strooien en deze enkele dagen te laten liggen. Zo krijgen de wantsen de kans om te paren en zich vervolgens over het gewas te verspreiden.

Orius kan eventueel kort op een koele temperatuur van minimaal 8 °C – 10 °C bewaard worden.

Succes!