Buiten zaaien

Zaaien_smal_1

Grondbewerking
Voordat we gaan zaaien, moeten we eerst voor goede grond zorgen. De grond is goed als deze luchtig en niet vochtig is. Het overtollige water moet snel kunnen afvloeien. De grond moet een steek van een spade diep (25 à 30 cm) worden omgespit. Je kunt tegelijk met het omspitten de grond losser maken. Zandgrond meng je met tuinturf, bladaarde of organische mest. Voor kleigronden kunt je het beste tuinturf nemen.

Kleigrond spit je bij voorkeur voor de winter om, zandgronden erna. Bij het zaaien buiten maken we onderscheid tussen het zaaien onder glas of in de vollegrond.

Zaaien onder koud glas (niet verwarmd/onder ‘koud’ glas)
Met “onder koud glas” bedoelen we niet verwarmd. Gebruik bijvoorbeeld:

  • een kist met een glasplaat (platte bak)
  • een onverwarmde hobbykas
  • een plastic kweektunnel

Onder koud glas verdeel je de zaden gelijkmatig over het zaaibed (dus niet op rijen). Strooi het in wijde bogen uit.

Teeltplan/Vruchtwisseling
Om te voorkomen dat de grond uitgeput raakt, moet je op een stuk grond elk jaar een ander gewas telen. Maak daarom een teeltplan:

  • Kies de groenten.
  • Verdeel de groenten in vier groepen.
  • Schrijf op waar je de groepen in het zaaibed plaatst.
  • Wissel jaarlijks je groepen.


Groepen
Onderstaande groepen moet je jaarlijks wisselend zaaien.

  • Bladgroenten: zoals sla, spinazie, kool en andere groenten, waarvan de bladeren worden gegeten, maar ook bloemkool, knolselderij en prei.
  • Wortelgroenten: aardappelen, bieten, wortelen, koolrapen en andere groenten, waarvan de wortels worden gegeten.
  • Peulvruchten: zoals bonen, capucijners, erwten en peulen.
  • Vruchtgroenten: zoals komkommers, tomaten, augurken en pompoenen.


Lees ook

Zaaien in de vollegrond